Tip 2 van 10: ‘Betrap’ Jezelf Op Schone Taal En Corrigeer Vuile Taal

Dia2

Taal bepaalt beleving

Je beleeft de wereld door middel van je zintuigen (zien, horen, voelen, ruiken, proeven). En als je een ervaring aan iemand vertelt, dan gebruik je zintuiglijke taal. Beschrijf in gedachten maar eens een persoon, een huis, een auto, een herinnering of een fantasie: alle taal die je gebruikt, gaat over hoe iets eruit ziet, wat je hoort, voelt etc.

En als iemand anders iets aan jou beschrijft, maakt je onderbewuste er automatisch plaatjes (of een filmpje), geluiden en gevoelens bij, zodat je goed kunt snappen waar die ander het over heeft. Ik las in de Volkskrant een mooie uitspraak van Joost Huijsing (van het radio-programma ‘Vroege Vogels’): “Natuur op de radio is kijken met je oren.”

(Jouw innerlijke weergave komt trouwens nooit precies overeen met die van de verteller, maar dat is een onderwerp voor een ander blog )

Taalgebruik bepaalt op die manier heel direct wat jouw innerlijke voorstelling van iets is en je onderbewuste gaat daar direct mee aan de slag. Naast het weer vertalen van woorden in zintuiglijke indrukken, doet jouw onderbewuste nog iets anders: het interpreteert de indrukken (geeft er een voor jou persoonlijke betekenis aan) en trekt er conclusies uit. Dat gebeurt om ervan te kunnen leren en zo beslissingen in de toekomst voortdurend te verbeteren.

Vooral die ‘betekenisgeving’ is van groot belang, omdat die bepaalt welke emotie je bij een ervaring hebt. En je kunt je voorstellen dat mensen die voortdurend negatieve betekenissen toekennen, zich anders ontwikkelen (en doorgaans andere emoties hebben) dan mensen die genuanceerde of positieve betekenissen toekennen. Een voorbeeld:

Ik zie een gespierde, kaalgeschoren man met tatoeages een oud vrouwtje helpen met oversteken. Er zijn heel veel verschillende interpretaties mogelijk:
• Negatief: Die enge vent wil waarschijnlijk haar handtasje stelen.
• Neutraal: Zie je wel, je moet mensen niet op hun uiterlijk beoordelen.
• Positief: Hé, die stoere jongen helpt z’n oma. Ach, wat schattig, uiteindelijk zijn we toch allemaal iemands kleinzoon.
De feiten zijn de feiten, maar jouw interpretatie is jouw keuze!

‘Vuile’ taal is schadelijk

Alle taal die (onnodig) negatief is, is schadelijk. Taal bepaalt waar jouw focus op ligt en dus of je je voornamelijk met problemen of voornamelijk met oplossingen bezighoudt.
Bovendien heeft elke focus biochemische gevolgen:
• Als je je concentreert op je ziekte, de symptomen, de nadelen en problemen, dan beïnvloedt dat je stemming negatief (je wordt bang, verdrietig, boos, gefrustreerd). Die stemming veroorzaakt de aanmaak van stresshormonen (je lichaam bereidt zich voor op de crises die je jezelf net allemaal hebt voorgespiegeld) en daarvan is bekend dat die je weerstand tegen ziekte verlagen. Google maar eens ‘stresshormoon’ of ‘cortisol’.
• Als je je daarentegen concentreert op wat je nog wel kunt, wat je doelen zijn, hoe je die kunt bereiken en hoe je daar lol aan kunt beleven, dan beïnvloedt dat je stemming positief (je krijgt energie, wordt hoopvol, verheugt je op de realisatie van je doelen) en dat veroorzaakt de aanmaak van gelukshormonen en die bevorderen je weerstand juist.

Soorten vuil taalgebruik

Er zijn veel meer soorten dan ik in een blog kan beschrijven, maar onderstaande zijn heel relevant in de context van een chronische ziekte als Parkinson:

Ziekmakend taalgebruik

(Daar krijg ik een maagzweer / hoofdpijn van. Ik word daar doodziek van. Dat maakt me kotsmisselijk. Daar krijg ik pukkeltjes / buikpijn / de zenuwen / … van. Daar gaat mijn bloeddruk van door het dak.)

Ik ben ervan overtuigd dat dit soort taalgebruik een negatieve invloed op je gezondheid heeft. Vraag me niet hoe het werkt, maar ik heb veel voorbeelden gezien van mensen die precies de symptomen krijgen waar ze zichzelf mee ‘dreigen’.

Tip 1: Luister naar jezelf. Wat zeg je precies de hele dag? Zitten daar soortgelijke zinnen bij als hierboven? Zo ja, verander dan direct wat je zegt in iets wat je helpt. Dat zou iets kunnen zijn als: Daar ga ik voortaan anders (namelijk, zo-en-zo) mee om.

Taalkundig negatieve formuleringen

(Ik wil niet meer … Ik wil af van … Ik baal van … )
Het probleem met deze formuleringen is dat je beschrijft wat je NIET wilt en daar dus je aandacht op vestigt. Een bekende uitspraak is: “Wat je aandacht geeft, groeit”, dus raad eens wat er groeit wanneer je het vooral hebt over zaken die je niet wilt.
En nog erger: je formuleert niet wat je WEL wilt en dat maakt het lastig om dat te behalen.

Tip 2: Luister naar jezelf, ‘betrap’ jezelf op positieve formuleringen (en geef jezelf daar direct een compliment voor). En als je jezelf iets negatiefs hoort zeggen, verander je tekst dan ogenblikkelijk.

Tip 2a: Geef jezelf niet op je donder voor een ‘foute’ zin of gedachte. Dat hielp al niet toen je een kind was en dat helpt nog steeds niet. Herformuleer en geef jezelf nog eens twee complimenten (één voor je alertheid en één voor je slimme herformulering).

Negatieve vragen

(Waarom moet mij dit overkomen? Waarom heb ik altijd pech? Hoe gaat het leven me nu weer te grazen nemen?)
Zoals in een eerder blog al is beschreven: je onderbewuste is een antwoordmachine, die op elke vraag een antwoord geeft, ook op onzinnige vragen. En de antwoorden die je op dit soort vragen ‘krijgt’ zijn over het algemeen heel negatief. (Respectievelijk bijvoorbeeld: Omdat je niet beter verdient, omdat je nu eenmaal een pechvogel bent. Waarschijnlijk krijg je er nog 3 chronische ziektes bij!)

Tip3: (is bijna gelijk aan de vorige tips): Wees alert op de vragen die je jezelf stelt en herformuleer. (bijvoorbeeld: Hoe kan ik toch blijven genieten van het leven?)

Taalgebruik dat de ziekte tot vijand maakt

Veel patiënten zien de ziekte als iets vijandigs en dat hoor je in hun taalgebruik: Ik geef de strijd niet op. Ik vecht tot ik erbij neerval. Je moet strijdbaar blijven!

Daarmee schep je een intern conflict. Het gezonde deel van je lichaam is opeens in oorlog met het zieke deel van je lichaam. Dat levert stress op en daarvan is uiteraard bekend dat dit heel slecht is voor je gezondheid.

Tip 4: Hoe gek dat misschien ook klinkt: zie de ziekte als een deel van jezelf. Word er vrienden mee, ga er een vruchtbare relatie mee aan. Veel concreter kan ik deze tip hier niet maken, want daarmee zou de hoeveelheid tekst van dit blog minstens verdubbelen. Maar het is een onderwerp waar ik zeker nog een keer uitgebreid op terug kom. Probeer maar vast aan het idee te wennen.

Hoe je jezelf beschermt tegen vuile taal van anderen

Hier kan ik heel kort over zijn: je kunt jezelf tegen de vuile taal van anderen beschermen op precies dezelfde manier als in de eerste 3 tips is beschreven: leer jezelf er alert op te zijn en herformuleer (in gedachten) wat je in de woorden van een ander niet aanstaat.

Tip 5: Om de kans te vergroten dat je met het bovenstaande echt wat gaat doen, raad ik je het volgende aan:
1. Maak voor elke soort vuile taal een geeltje (of een ander klein briefje) met enkele steekwoorden (bijvoorbeeld voor taalkundig negatieve formuleringen: “Alle doelen of wensen waar ‘geen’ of ‘niet’ in voorkomt. Omdraaien naar iets wat ik WEL wil.”)
2. Kies elke dag van de komende twee weken één van die briefjes en hang het op een plek waar je het dagelijks meerdere keren tegenkomt.
3. Telkens wanneer je het briefje ziet, doe je wat er op staat (‘overtredingen’ vaststellen en herformuleren).

Succes! En laat hieronder in het commentaarveld weten wat het je oplevert!

2 thoughts on “Tip 2 van 10: ‘Betrap’ Jezelf Op Schone Taal En Corrigeer Vuile Taal

  1. Loeti Vischschraper

    juni 3, 2015 at 9:48pm

    Volgens mij kun je best wel aangeven wat je wilt en kunt doen om je parkinson te bestrijden middels
    ” ik ga er alles aandoen ” om zo lang mogelijk redelijk fit te blijven.

    Loeti

  2. lut moereels

    december 23, 2016 at 1:20pm

    Heel boeiende manieren en tips i.v.m. het omgaan met parkinson, heel praktische voorstellingen…
    En wat me een hart onder de riem steekt, is de vaststelling dat ik op verschillende vlakken mezelf terugvind m.b.t. hoe ik Parkinson een plaatsje gaf in mijn leven. In sept 2008, na 4 jaar zoeken, gedaignosticeerd schreef ik voor mezelf na een paar maanden hoe ik er tegenover ben gaan staan:
    Soms denk ik,
    opstaan met p en met pijn
    waarom?
    ‘k blijf in bed,
    draai me om,
    het doet er niet toe,
    ‘k voel me te moe.
    Soms denk ik,
    waarom ik,
    ‘k had nog zoveel te doen,
    ‘k had nog zo’n mooie dromen,
    wat zal er nog van komen?
    Soms denk ik,
    wat heb ik er nog aan,
    aan zo’n bestaan?

    Vaak denk ik,
    k’ben er nog
    en als straks één voor één naar huis komt
    ben ik er nu toch.
    Vaak denk ik,
    Wat kan ik voor ze doen?
    nu heb ik tijd, en
    ‘k ben altijd bereid.
    Vaak denk ik,
    Luister naar ze en hoor,
    daar heb je nu tijd voor.
    Vaak denk ik,
    ‘k heb van p veel hinder,
    maar er moeten er met nog veel minder.

    Nu denk ik,
    dat eerste straaltje zon,
    ‘k ben blij dat ik ervan genieten kon.
    Nu denk ik,
    soep met balletjes maken,
    dat zal hen vanavond smaken.
    Nu denk ik,
    kijken naar de ondergaande zon,
    ’t is iets wat vroeger niet kon.
    Nu denk ik,
    ‘k ben blij toch dat ik leef,
    en koester ieder goed moment dat ik beleef.

Geef een reactie

Your email will not be published. Name and Email fields are required.